Driehoek

Comfort en energie

In de loop der jaren hebben we veel ervaring opgedaan met comfortklachten van gebouwgebruikers en problemen betreffende overmatig energieverbuik met zeer uiteenlopende oorzaken. Door middel van een gericht stappenplan kunnen we snel tot de essentie van de klacht komen en een oplossing aandragen.

Stappenplan comfortklachten / bovenmatig energieverbruik:

  • klacht vaststellen, eventueel door afnemen interviews bij gebouwgebruikers
  • onderzoek uitvoeren:
    • inspectie bouwkundige situatie (geveldichtheid, isolatiewaarden)
    • inspectie installaties (Installatie Performance Scan)
    • metingen (PMV, CO2, thermografie, contacttemperatuur wandoppervlak)
  • diagnose stellen en doen van gerichte aanbevelingen.

Inspectie

  • Met onze ervaring op het gebied van installatietechniek, energieprestatie en bouwfysica kunnen we de bron van de klachten identificeren. Er kan hierbij onderscheid gemaakt worden tussen installatietechnische en bouwkundige oorzaken.
  • In veel gevallen is na verloop van tijd de aanwezige installatie niet meer afgestemd op het gebruik van het gebouw of is de installatie gedurende het gebruik ontregeld. Door het herzien van de water- en luchtzijdige inregeling en de overige regeltechnische parameters, is veelal een verbetering van comfort en/of energieverbruik te realiseren.

Metingen

  • Comfortklachten van gebouwgebruikers zijn over het algemeen subjectief. Om objectief vast te kunnen stellen in welke mate het klimaat afwijkt van de gestelde eisen moeten diverse metingen worden uitgevoerd om de PMV-waarde (Predicted Mean Vote) te bepalen. De waarden die we kunnen meten zijn:
    • temperatuur van de omgeving;
    • luchtsnelheid (tocht);
    • (relatieve) luchtvochtigheid.
  • Het gehalte aan CO2 in de lucht is een indicatie of er voldoende wordt geventileerd. Door het CO2-gehalte te meten kan worden vastgesteld of er voldoende luchtverversing plaatsvindt.
  • Wanneer een ruimte niet op temperatuur kan worden gehouden omdat de installatie onvoldoende capaciteit heeft, kan door middel van thermografisch onderzoek en metingen van de contacttemperaturen van diverse gevelelementen bij benadering worden bepaald wat de werkelijke U-waarden zijn van de betreffende gevels. Aan de hand van deze waarden kan door middel van een berekening worden vastgesteld wat er aan aanvullende verwarming of koeling opgesteld zal moeten worden om een comfortabel binnenklimaat te creëren.